Belcampo

de Schoonveld familiesite


contact

Hoe kom je op het idee om te gaan fietsen in Ghana? Heel simpel eigenlijk. Een broer van mij woont en werkt sinds vorig jaar in het land en wij vinden het prettig om de vakantie fietsend door te brengen. Op de Op Padbeurs in 1997 lag op een stand van de Wereldfietser - een organisatie voor mensen die lange en vooral ook verre fietstochten maken - een beschrijving van een fietstocht door Ghana. De schrijvers waren erg enthousiast over hun fietstocht. De Ghanezen zijn erg vriendelijk, de wegen zijn er redelijk te befietsen en er zijn voldoende overnachtingsmogelijkheden. Eind oktober besloten we om rond kerst en nieuwjaar er heen te gaan. Het is dan de droge tijd in Ghana. Tot mijn verrassing waren meer mensen op het idee gekomen en was er pas na de kerst plaats op een vlucht naar het land.

Ghana is een ontwikkelingsland in West Afrika dat in het zuiden grenst aan de Golf van Guinea. Het stond tot de onafhankelijkheid in 1957 bekend als de Goudkust en was de laatste 60 jaar voor de onafhankelijkheid een Britse kolonie. De grenzen van het land zijn vooral bepaald door de koloniale mogendheden, het noordoostelijk deel van het land is door de Britten overgenomen van de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog. Er wonen een groot aantal verschillende stammen in het land, waarvan de Ashanti de grootste is. De leider van de onafhankelijkheidsbeweging en eerste president van het land, Kwame Nkrumah, had als droom de vorming van de Verenigde Staten van Afrika. Hij besteedde veel geld uit de reserves en de opbrengsten van de cacao-oogsten aan grote projecten als de aanleg van de Akosombadam in de Volta en de aanleg van een moderne havenstad met industrie. In 1966 is hij bij een staatsgreep afgezet en hij overleed in 1972 in ballingschap. Pas 20 jaar later werd er een monument voor hem opgericht in de hoofdstad Accra. Onder opeenvolgende regeringen is het land economisch achteruitgegaan.

 

Sinds 1981 wordt het land geleid door Flight Lieutenant Jerry Rawlings, die ook door een staatsgreep aan de macht kwam. Hij is in 1992 en 1996 gekozen als president van het land. Hij heeft zijn ziel en zaligheid verkocht aan het IMF en de Wereldbank die nu behoorlijke bedragen in de infrastructuur van het land pompen. Het kent de laatste 10 jaar een economische groei van zo’n 5% gemiddeld.

De jaarwisseling van 1997 naar 1998 was anders dan alle voorgaande voor ons. Op nieuwjaarsdag zitten wij op een terrasje bij een cafeetje in Konongo een kleine stad in het zuiden van Ghana. We zijn vier dagen eerder aangekomen in de hoofdstad Accra en zijn onderweg naar Kumasi, de tweede stad van het land. In de schaduw van het terras vallen we minder op en kunnen wij vooral de mensen en het verkeer bekijken. Veel Ghanezen hebben zich mooi aangekleed op de nieuwjaarsdag, die kennelijk ook hier een feestdag is.

We hebben de voorgaande dagen gemerkt dat twee blanken op de fiets bezienswaardig zijn. In ieder dorpje beginnen de kinderen zo gauw ze je in de gaten hebben "Obroni, obroni" te roepen en te wuiven. Obroni is woord voor blanke bij de meeste stammen. Oudere jongens roepen je toe als "white man" of "white miss". Als een soort sinterklaas fiets je dan vriendelijk wuivend door de dorpjes heen. Later op onze tocht, in het armere noorden, komt ook een hele menigte om ons heen staan als we ergens gaan zitten. Onze fietsen worden aandachtig bestudeerd en meestal vindt men dat we de fietsen maar niet mee terug naar Europa moeten nemen. Vooral in het noorden wordt er behoorlijk veel gefietst, echter alleen door mannen. De fietsen zijn meestal van chinese makelij. Op ons terrasje worden we bediend door Michael, een 18 jarige jongen die geboren is in Nigeria. Zijn ouders waren daar aan het eind van de 70er jaren om economische reden heengegaan. Later toen het Ghana meer voor de wind ging, zijn ze teruggekeerd naar hun thuisland. Zijn "senior mother" (de oudste zus van zijn moeder) woont in Amsterdam.

Wat je opvalt is dat erg veel met de hand plaatsvindt: het plukken van mais, het vervoeren van goederen, het bewerken van hout etc. De handel in allerlei goederen vindt in kraampjes langs de weg plaats. In een dorpje kwamen enkele tientallen kramen tegen met palmolie, op een andere plek kunnen het vooral ananassen zijn. In verschillende grotere plaatsen heeft men een keer in de week een marktdag. De mensen komen dan uit de wijde omgeving met hun koopwaar naartoe.

De tweebaanshoofdweg tussen Accra en Kumasi, de twee grootste steden van het land zijn redelijk te fietsen. Alleen op de laatste 20 kilometer stadinwaarts wordt je knettergek van het vele autoverkeer. Het effect wordt versterkt doordat de vele busjes die er rondrijden de gewoonte hebben om te toeteren voor potentiele passagiers.

In Ghana stikt het van de kerken. Ze zijn er in minstens zoveel soorten en maten als in Nederland. Een klein gedeelte van de bevolking is moslim. Veel dorpjes bestaan geheel uit lemen hutten, waarbij de bouwstijl afhankelijk is van de stam. De enige meer europees uitziende bouwsels zijn vaak de kerk en de school.

De Ghanezen zijn erg vriendelijk. Ze begroeten je spontaan, willen weten waar je vandaan komt en willen graag je adres hebben. Op onze drinkstopjes hebben we uitgebreide verhalen gehoord over het technisch onderwijs, werd ons de ontwikkeling van de cacaobonen van boom tot gedroogd produkt getoond, kregen we verhalen te horen dat de regering niet deugde en kregen we rondleidingen door de stad. In bepaalde meer toerische steden hadden de schoolkinderen briefjes bij zich om aan toeristen te geven: May God bless you to live long life and your occupation will be continue, so don't forget to write me Because you will be my best friend. I hope by the grace of God you will write back to me in Jesus Christ name, Amen. Safe Journey!

 

Voor het land is het erg belangrijk om grondstoffen te bewerken alvorens het land uit te sturen. Cacao, goud en tropisch hout zijn de voornaamste exportproducten. Het toerisme begint enigszins op gang te komen, maar is nog niet erg omvangrijk. Het heeft wel grote mogelijkheden. Er zijn prachtige Stranden in combinatie met de restanten van enige tientallen slavenforten en een forse brok cultuurgeschiedenis van de diverse stammen. Op enkele plaatsen zie je westerse hotels ontstaan, die als volstrekt geïsoleerde enclaves -inclusief

muren en bewaking -bij een stad liggen. Ook qua prijsstelling weken ze nogal af van de Ghanese normen. Met hun 'vanaf 120 gulden per kamer' kosten ze 30 keer zo veel als het goedkoopste hotel en het drievoudige van het duurste meer traditionele hotel.

Zoals gezegd was het een reis met veel nieuwe indrukken. Ondanks het feit dat een ieder aan onze huidskleur kon zien dat we waarschijnlijk meer geld op zak hadden, dan de meeste Ghanezen in een jaar verdienen, hebben we ons eigenlijk geen moment onveilig gevoeld. Het is zeker de moeite waard om het land nog eens te bezoeken. Waarschijnlijk gaan we dan in de regentijd, als de noordelijk

savanne minder bruin en zwart is en de lucht niet permanent nevelig door

de wind uit de Sahara.  

 

laatste wijziging: 30.10.2004